Een fool (dwaas of nar in het Nederlands) lijkt ze niet allemaal op een rijtje te hebben. Hij is de dorpsgek. Maar wanneer we dieper kijken is ‘zonder verstand’ eigenlijk iets waar we allemaal naar lijken te streven. Uit ons hoofd en in het leven willen we zijn. Honderden zelfhulpboeken zijn erover geschreven. Maar het benodigde materiaal…. dat hebben we al. Onze innerlijke fool kan ons daarbij helpen!

Het woord Nar is afgeleid van het Latijnse woord “narrare” (verteller). De dwaas is dus een meesterverteller die zo knap is in zijn spel dat je gaat geloven dat hij werkelijk het personage is waar jij over vertelt. Wij zijn – als mens – wat we over onszelf zeggen. ook al zeggen we het enkel zachtjes in ons eigen hoofd. De nar kan deze verhalen ontmaskeren, want hij kan zomaar als Fool’s game besluiten vandaag niet alleen dat ene verhaal maar ook de tegenhanger te zijn. Hij zet tegengestelden tegenover elkaar op het toneel, creert drama, maakt het erger en lost het weer op. Alles om er simpelweg van te genieten. Daarvoor moet de spiegel van het eigen bewustzijn wel zo schoom mogelijk zijn. Want als de dwaas zichzelf niet goed kan zien, wat toont hij anderen dan?

De fool op het toneel

Fooling is een kunstvorm van solo-improvisatietheater ontstaan in de jaren ’70 in Engeland. Het werd met name gedoceerd door Franki Anderson en Jonathan Kay die beide na diverse decennia met het archetype ‘de fool’ gewerkt te hebben een hele eigen stijl van doceren hebben ontwikkeld. Toch laten beide je kennismaken met de architectuur van je innerlijke ervaring. Franki richt zich op de ‘subpersoonlijkheden’ zoals er binnen voice dialoque over de diverse ‘innerlijke stemmen’ wordt gesproken, Jonathan zoekt ook graag het absurdistische op, waarbij je voorbij je ego kunt gaan in het spel. Beide werkten met groepen om ook theatervoorstellingen neer te zetten.

Beiden starten met het ‘felt sense’. Dit is de ervaring in je lichaam die je kunt ervaren wanneer je in de waarnemerpositie naar jezelf kijkt. Je ontdekt dan bijvoorbeeld of er beweging is in je innerlijke gewaarwordingen, hoe snel ze bewegen en of dit verandert. Je beoordeelt de felt sense niet, maar bent er nieuwsgierig naar. Je ontdekt zo of het een vorm heeft, een maat, een kleur, is omringt door iets anders etc. En ook merk je wellicht of dat er een gedachte, een beeld, herinnering of foto in je opkomt.

Normaliter combineert de felt sense (via het autonome zenuwstelsel) de informatie die jij nodig hebt om te weten hoe je je omgeving ervaart. Zelfs als je je er niet van bewust bent, vertelt de felt sense jou hoe je je voelt op dit moment. Het doet dat door een algehele ervaring te geven, het felt sense generaliseert nu eenmaal graag.

En met die ingang kun je spelen. De fool zet wat hij innerlijk ontdekt direct op het podium. Heeft hij een slijmerig, kleverig gevoel gevonden? Dan wordt dat de ingang om te spelen. Maakt hij zich zorgen, is er onrust en de gedachte ‘ik kan dit niet, ik kan dit niet’ dan wordt dat uitgespeeld. Nooit op de manier om het ‘ikje’ te versterken, maar juist op zo’n wijze (dus vaak vergroot of geridiculiseerd) zodat je om jezelf kunt lachen. Omdat het bovendien een veralgemenisering is, is er veel ruimte voor een tegenhanger qua stem, of juist een nuancering. Beide leveren niet enkel een prachtig theaterstuk op, maar ook veel voortschreidend inzicht. Zo coach je – al spelende – jezelf. Elke keer weer.

Gedachten en gevoelens blijken op het toneel maar al te snel ‘echte’ persoonlijkheden te worden. Of je nu je innerlijke betweter speelt, een gorilla of een banaan, ze hebben allemaal¬†zeer re√ęle behoeften, meningen en percepties over de wereld om zich heen. Sommige van de ‘maskers’ die we zo kunnen neerzetten op het toneel zullen we kennen (het zijn actieve onderdelen van ons alledaagse ego) terwijl anderen wellicht verder van ons af liggen. Hen het podium geven kan bevrijdend werken. Maar dat is niet waar het binnen fooling an sich om gaat. Het is voorbij¬†de Psychology of Selves wellicht eerder de Psychology of the Aware Ego wat in fooling wordt getraind en gebruikt. Zo kunnen we niet enkel vanuit het bewuste ego de juiste keuzes maken om ons uit te drukken in het leven, maar zijn we met name in staat om met tegenstrijdige kanten in onszelf te ‘Zijn’. Iets wat hard nodig is wanneer je je in situaties begeeft die veel van je vragen.¬†¬†

Mijn weg rondom fooling

In 2019 werd ik ‘herkend’ door Franki als foolstrainer toen ze in mijn werkruimte een workshop gaf. Zij was hierbij net zo verbaasd als ik – daar vrijwel alle fooltrainers door haar zijn opgeleid. Ze moedigde me aan ermee door te gaan, omdat mijn insteek ook weer anders en vernieuwend is. Tot op dat moment ‘speelde’ ik enkel voor de kussens op mijn bank en poogde ik de door mij begrepen lessen in mijn opleidingen mee te geven.¬†

De uitnodiging dat ik fooling de wereld in mocht zetten als methodiek kwam voor mij gelijk met de ontdekking van de methode Interplay. Dit bleek een speelse laagdrempelige manier te zijn om te leren spelen op het lege podium. Eerst in ‘vorm’, via taal, klank en beweging. Later met vorm en ‘inhoud’, datgene wat er op dat moment in je leeft. Fooling begint waar Interplay eindigt. Ze volgen elkaar prachtig op. Op dit moment ben ik aan het afstuderen als Interplay leader.¬†

De sper die bij mij op het toneel stapt begint met een onbekende reis. Onbekend voor zichzelf en ook voor het publiek. De werkvorm is volledig gestoeld op improvisatie en maakt zo min mogelijk gebruik van externe aanwijzingen, hoewel deze juist voor de nog onbekende speler een manier kunnen zijn om te ontdekken ‘hoe’ te spelen. De fool die de empty space betreedt doet dit echter vanuit het niets, met enkel een innerlijke ervaring als uitgangspunt.¬†

We voelen als mens namelijk altijd wel iets. Een steekje ergens. Een kramp. Een gevoel van ruimte. Een ‘kleverigheid’ in de onderbuik die niet definieerbaar is, maar wel waarneembaar. Of zwaarte in de benen. Dat gevoel is de basis waarmee de improvisatie start. Eventueel opgewekt door wat milde beweging ontstaat er een eerste zin, een eerste uitspraak. De speler geeft zich, met deze eerste stap volledig over aan de ‘denkbeeldige wereld’ die dan ter plekke ontstaat.¬†

Normaliter in het leven zeggen we ‘ik ben…’ en daarachter komt dan onze naam, de rollen die we in het leven vervullen en aan welk gedrag we herkenbaar zijn (liefdevol bijvoorbeeld of introvert).¬†De fool echter beseft dat hij alles kan zijn. Hij zet probleemloos alles achter ‘ik ben’ en gaat daarmee op weg richting het avontuur. Hij is net zo gemakkelijk de eter van een boterham, als de boterham zelf. In het spel stapt hij simpelweg in het perspectief van de ander. Ongeacht welk perspectief dat is.

Zo zullen wij ook in het spel telkens het onbekende induiken. Zonder bezorgdheid over ‚Äėsucces of mislukking en met uitsluitend plezier voor het spelen krijg je de uitnodiging om al improviserend in je fantasie te belanden en op te gaan in alles wat daar te beleven is. Door te spelen met paradoxen en in √°lle ervaringen te duiken, ontstaat een spel tussen verschillende aspecten in jezelf, wat tot een onbekend einde kan leiden waarbij de speler zomaar volledig getransformeerd op het toneel kan staan.¬†¬†

Fooling als kunstvorm staat open voor mensen uit alle lagen van de bevolking en draagt bij aan zowel de morele ontwikkeling als embodied leiderschap. Hierdoor kun je makkelijker zijn met wat is en wordt het eenvoudiger ‘het podium’ te pakken, ongeacht of dit een teamvergadering, een performance of tijdens een netwerkevent is.¬†