In bijna elke training komt een moment dat een deelnemer uitgedaagd wordt om een oefening voor te doen of aan te gaan die nét iets te spannend is. Er wordt dan bij deelnemers vanuit gegaan dat ze, ‘omdat ze het doen’, ook lerende zijn. Zo werkt dat immers op school. Een opdracht aanpakken, ermee aan de slag gaan en net zolang doorgaan tot je ‘het goed hebt’. Dus zetten ze hun schouders eronder en ‘gaan’. In de hoop het goed te doen. Dit systeem – ons ooit aangeleerd in het onderwijs – is wellicht handig voor rekenen of taal maar werkt anders wanneer het om emoties gaat. Sterker nog: het ‘ik doe het toch’ kan daadwerkelijke groei in de weg gaan staan.

Dit overkwam Rob. Hij werkte bij een onderwijsinstelling en had zich opgegeven voor een training persoonlijke ontwikkeling. Ze oefenden, bespraken het na, leerden kijken naar zichzelf en het geheel werd afgesloten met een soort proeve van bekwaamheid. Was dit in de jaren negentig vaak het fenomeen pijlbreken, het decennium  erna ging het om een vuurloop,. Rob kreeg als proeve van bekwaamheid een podium voorgeschoteld. Een podium en een camera op zijn gezicht. Zou hij in staat zijn om de geleerde lessen in kwetsbaarheid toe te passen, dan kon hij het ook in het openbaar. Zo werd gezegd.

Omdat Rob geen enkele reden had om aan te nemen dat het niet zou werken nam hij alle leerstof door, ontdekte hij zijn levenslessen, ging hij aan de slag en bereidde hij zich voor op zijn eindpresentatie. Die dag was hij wel zenuwachtig maar hij dacht ook: ‘Als ik dit maar eenmaal heb gedaan dan zal het wel over zijn’. Het tegendeel was waar, zo vertelde hij mij in een training. Hij was sindsdien zenuwachtiger dan daarvoor wanneer hij voor een groep kwam te staan. Wat was er gebeurd?

Hij vertelt verder. Over zijn gevoel van ‘schouders eronder’ en ‘als ik dit aan mezelf bewijs dan kan ik het vanaf nu dus. Hij had zich gespannen en overvraagd gevoeld, gehoopt dat het snel voorbij was. Ook wist hij nog dat hij gedachten had gehad in dat moment. Bijvoorbeeld dat hij niet de enige wilde zijn die het niet deed of kon. Niet degene die als enige ‘af zou gaan’. Op mijn vraag of hij of anderen ‘speelruimte’ hadden kunnen nemen was hij even stil geweest. ‘Nee’ zei hij zacht, terwijl hij naar beneden keek. ‘Niemand stelde vragen hierbij, alsof er gewoonweg geen keuze was het anders te doen.’ Er verscheen een gepijnigde uitdrukking op zijn gezicht. 

Ik hoorde zijn verhaal en keek de groep rond wat dit met hen deed. Een golf van herkenning ging door de groep. Zeker met hetgeen we daarvoor besproken hadden gaf het hun inzicht in de denkfout die hier was gemaakt. Waar het namelijk over gaat is de verwachting die je hebt van het ‘uit je comfortzone gaan’. In het voorbeeld van Rob nam hij aan dat hij daardoor zou leren, dat daar aan de andere kant van de ervaring de vaardigheid zou zijn. Terwijl een vaardigheid geoefend wordt door uitproberen, oefenen en leren. Steeds spelenderwijs een stapje verder gaan.

Maar iedereen zegt toch dat we onze comfortzone moeten vergroten? Wat is hier dan aan de hand?

Als trainer bied je ruimte om te experimenteren en leren, mogen deelnemers oefenen met ander gedrag. Hierbij hoeft iets niet meteen ‘te werken’ of ‘handig te zijn’ maar mag er vooral ontdekt worden wat het effect is (lees ook deze blog). Door iets te doen wat niet bekend is leer je hoe het fenomeen werkt en train je spelenderwijs de bijbehorende vaardigheden. In een proeve van bekwaamheid kun je deze laten zien, zoals je kunt bij autorijden op je examen. Maar iedereen weet… het échte leren rijden, dat gebeurt daarna!

Dit leg ik uit tijdens de eerste dag van de opleiding de Moed om te Falen, waarbij de trainers in spé worden uitgenodigd om hun eigen grenzen te voelen én te bewaken die dag. Halverwege de dag nodig ik echter uit toch de eigen grens over te gaan. En tot mijn verbazing en verbijstering doet vrijwel iedereen dat. In navraag waarom worden verschillende redenen gegeven. Zoals ‘jij vroeg me dit te doen’, ‘zij deden het dus wilde ik niet achterblijven’ en ook de reden die Rob noemt:‘dan heb ik het maar gehad’. 

Ons brein is getraind om met name oplossingsgericht te werken. En bij stress lijkt dan een logische oplossing ‘hetgeen spannend is maar achter de rug te hebben’. Wanneer het echter een emotionele vaardigheid is die je wilt leren (in dit geval: moed) dan betekent dit dat het enkel geleerd kan worden in het veelvuldige doen, en niet in het jezelf bewijzen ervan. Rob liet met zijn verhaal (en gezichtsuitdrukking) gelijk zien waarom een aanpak als ‘schouders eronder en niet moeilijk doen’ niet werkt bij emoties. Je schakelt namelijk je hele leervermogen uit!

Wanneer het om emoties gaat mag in een training alles er zijn en is niets te gek. Als trainer is het je uitdaging een opdracht zo klein en veilig te maken (of de deelnemers ertoe uit te nodigen) dat ze ermee kunnen spelen of kunnen lachen om zichzelf. Het is je doel om uitleg te geven en te normaliseren, zodat zoveel mogelijk aandacht op het leren van de vaardigheid is gericht. Er is wel degelijk ‘spanning’ maar omdat er uitnodigend mee omgegaan wordt ontstaat er ruimte en een lach (lees deze blog van een deelnemer).

Het ‘uit je comfortzone stappen’ is daarmee niet automatisch gelijkgesteld aan groei. Als begeleider dien je hier je deelnemers bewust van te maken. Iemand die ‘iets moet doen om te overleven’ in welke situatie dan ook mag best even zijn/ haar gevoel Het ‘uit je comfortzone stappen’ is daarmee niet automatisch gelijkgesteld aan groei. Als begeleider dien je hier je deelnemers bewust van te maken. Iemand die ‘iets moet doen om te overleven’ in welke situatie dan ook mag best even zijn/haar gevoel uitschakelen. Maar het is belangrijk te weten voor de deelnemers aan een training dat ze hier echter weinig tot niets van leren. Dat de kans zelfs bestaat dat wanneer ze hopen dat dit wel zo is het ze behoorlijk tegenvalt (en ze zichzelf hier wellicht ‘de schuld’ van geven). Pas wanneer je je bewust kunt zijn van de spanning in je lijf, van je gedachten, van hetgeen je doet of oefent én er weinig of niets op het spel staat kun je volledig betrokken zijn. We leren namelijk door de emoties die we voelen: zij wijzen of we op de goede weg zijn. Daarom ben je bij een emotionele vaardigheidstraining blij met deelnemers die situaties stapsgewijs aangaan én open zijn over hun innerlijke proces., Zij krijgen daarmee steeds meer grip op hun emoties in de praktijk. 

Ieder mens heeft een comfortzone, een leerzone en een paniekzone. Je leert niet meer wanneer je in die laatste komt en dus ook niet wanneer je daaraan voorbijgaat. Helaas voor iedereen die ‘een presentatie geven’ eng vindt en zich dus opgeeft voor een groot event in de hoop dat dit ‘doen’ het gevoel wegneemt. Het leereffect is onder stress nu eenmaal gering. Daarnaast verschillen mensen in emotionele intensiteit en dus heeft iedereen een verschillende leerzone. Bij stabiele types is deze wat groter en bij emotionele mensen wat kleiner. ‘Wat iemand doet’ is dan ook niet te vergelijken. Wel kun je er als trainer vanuit gaan dat iedereen leert op het randje van de comfortzone, daar waar het ongemakkelijk maar ook nog leuk en veilig is. Op een schaal van 1-10 zit dit rond de 4, op 40% van je kunnen. (lees ook deze blog over ‘de vier’ daarvoor).

Als trainer bespreek je daarom met je deelnemers dat je leert wanneer:
*je jezelf niet pusht maar ook niets vermijdt;
*je het jezelf gunt iets te ervaren;
*je graag iets wilt leren;
*je uit jezelf in beweging komt;
*je jezelf met jezelf vergelijkt;
*je het morgen nog eens kunt en wilt proberen;
*je – wat er ook gebeurt – kunt lachen om jezelf!

Wellicht merk je als trainer op het gebied van emotionele vaardigheden ook op dat je het alle deelnemers gunt om allemaal die ene leuke opdracht te doen. En toch… een uitnodiging tot hetzelfde eindresultaat kán zomaar een stap voorbij de leerzone zijn. Dit is niet erg binnen een training. Soms moet je voor het groepsproces ook zaken gestroomlijnd houden en is individuele aanpassing onmogelijk. In dat geval is het belangrijk om aan te geven dat wanneer je voorbij je speelzone ging het leren minder wordt en dus daarna – in eigen tijd – in kleine momenten nog geoefend mag worden. Het is bijna onvermijdelijk dat dit gebeurt. Als trainer werk je met groepen. In een groep kun je soms minder aanpassen aan de persoon die voor je staat dan je met individuele begeleiding zou doen. Zorg er daarom voor dat je uitleg geeft over wat er bij de deelnemer gebeurt,. wat hij/zij ervaart. En wees niet enkel uitbundig in het prijzen van de ‘moed’.

Wat werkt wél in een groep? Hoe kun je differentiëren?

Als trainer heb je geleerd om met deelnemers te ‘schakelen’ van onveilig naar ‘dat wat wel kan’. Je hebt geleerd  om altijd te zoeken naar het eerste veilige stapje dat gezet kan worden (of waarin de groep wil en kan bewegen). Hoe kun je nu een situatie veiliger maken en de deelnemers betrokken houden wanneer je een oefening niet individueel kunt aanpassen?

Zet je groepsgrootte in als middel: Veel mensen vinden het spannender om voor een groep iets te presenteren, voor te doen of te vertellen dan wanneer je het één-op-één doet. Laat deelnemers dus in tweeën oefenen, het in iets grotere groepjes voordoen en daarna in de grote groep presenteren. Zo hebben ze hetgeen gezegd of gedaan mag worden al vaker herhaald en is het minder spannend.

Zet minder oogcontact in als middel: Spanning treedt vaak op wanneer we het gevoel hebben dat er iemand naar ons kijkt. Wanneer deelnemers rondlopen in de ruimte en ondertussen antwoord geven op een vraag, een gebaar maken of een geluid voortbrengen zijn ze bezig met lopen, ontwijken en minder met elkaar. Daardoor neemt het gevoel dat er gekeken wordt af. 

Zet je lijf in als middel: Iets zeggen of doen terwijl je lijf bezig is, je bewegingen maakt of wordt afgeleid maakt dat je emoties minder sterk ervaren worden. Probeer maar eens boos te zijn terwijl je de vogeltjesdans doet, het is bijna onmogelijk. We voelen emoties nu eenmaal omdat we op een bepaalde plek in ons lichaam gefocust zijn: Daar waar we verwachten iets te ervaren. En met een lijfelijke ‘afleiding’ kan het gevoel verminderen omdat we deze verwachting nu laten varen. 

Wat kun je als trainer doen om die comfortzone een beetje lekker op te rekken?

Natuurlijk kun je gerust een keer een opdracht geven die ‘voor iemand lekker ruim buiten de comfortzone ligt’. Sterker nog, dat is je doel als Moed om te Falen trainer! Juist ‘zorgen dat je weer snel relaxt bent’, ‘omgaan met ongemak’ en ‘anders reageren op stress’ zijn vaardigheden die hierbij geleerd en dus opgezocht worden. Vraag daarom na een interventie wat de deelnemers hebben gevoeld en ervaren. Of benoem zelf (minimaal drie) dingen die je bij verschillende deelnemers hebt zien gebeuren waarbij je kunt vragen of het met een toename in stress te maken had en waar deze deelnemer zit op de spanningsmeter en wat dit dus behelst voor het emotionele leervermogen.

Check telkens bij de groepsleden of zij weten hoe een oefening ‘makkelijker’ of ‘moeilijker’ had gekund. Omdat ieder mens anders is en andere ervaringen heeft in het verleden kan een variant juist onverwacht makkelijk of lastig zijn. Als trainer leer je hierin het meeste van je groep. Je leert zo met de jaren. Door zaken geregeld te bespreken maak je van ‘angst’ en ‘moed’ een gedeelde leerervaring en creëer je verbondenheid en gelijkheid onder de deelnemers en met elkaar. Je merkt als trainer dat je veiligheid en openheid rondom kwetsbaarheid creëert wanneer je groep steeds losser wordt, meer durft te proberen, meer lacht (!) en steeds meer open uitwisselt met elkaar. 

Nadat ik dit alles besprak met Rob (die overigens niet echt zo heet – alle gebruikte namen in mijn blogs zijn vanwege privacy gefingeerd -) en dit met de andere deelnemers uit de opleiding had gedeeld ging er een zucht door de zaal. Een aantal deelnemers gaf zelfs aan te hebben gewild dat ze dit eerder hadden geweten. Dan hadden ze wellicht minder grote stappen gezet en had de spanning kunnen wegvloeien. Dan hadden ze inmiddels dapperder kunnen zijn. En meer geleerd hebben van het leven.

Elke trainingsdag is het weer opnieuw zoeken hoe het met die groep zal zijn,. waar de herkenning zal liggen. Maar het uitleggen van de grens van je comfortzone – de grens waarop leren nog voelt als uitdaging en spelen – dat is de grens waar ik het liefste mee werk. Waar ik graag over vertel. Het werken met emoties zit wat dat betreft bij mij in mijn bloed. En net zoals Rob en de andere deelnemers die dag vertel ik er jou ook graag meer over. In mijn opleidingen is er alle ruimte voor. 

Ook Moed om te Falen trainer worden?

Een Moed om te Falen trainer is een emotie kunstenaar. Hij/zij werkt vanuit de overtuiging dat emoties menselijk zijn en dat we als mens mogen leren om hier goed mee om te gaan. In principe zijn namelijk onze hersenen evolutionair gezien aangelegd om negatieve zaken op te pikken en gevaar uit de weg te gaan. Je brein als een spier te ‘trainen’ en zo de positieve hersenbanen aan te leggen is een uitdaging, zéker wanneer patronen niet zo frequent voorkomen of er een spanning van falen of afwijzing mee gemoeid is. Maar om verandering te bewerkstelligen mag een nieuw patroon net zo lang herhaald worden als nodig is om nieuwe ingesleten patronen van gedachten en gevoelens te creëren. Ga daar in je dagelijks leven maar aan staan!  

De meeste mensen kiezen toch voor de kortste weg, liever ‘even pijn’ en de schouders eronder dan in kleine stappen langzaam veranderen. Denk maar aan hoe we patronen als ‘meer sporten’ of ‘gezonder eten’ aanpakken in ons leven. Vrijwel niemand begint dan met 2 minuten per dag of een hap groenten extra. Kleine stappen en veel herhaling werkt echter beter. En we weten dat wel, maar mogen er specifiek ruimte voor maken. Dat kan met bijvoorbeeld elke dag een Moed om te Falen oefening in je klas of een wekelijks uurtje lefspier-plezier met wat vrienden.  

Met voldoende oefening en herhaling zullen nieuw ontwikkelde ideeën en overtuigingen, ja zelfs gevoelens, uiteindelijk verhuizen naar de cerebrale cortex, de plek van waaruit bewuste keuzes aangestuurd kan worden. Zo zullen we profiteren van nieuwe manieren om te reageren op – en omgaan met – dagelijkse stress. En exact dát is wat de Moed om te Falen mensen kan bieden. Geen therapie, geen ‘in deze korte workshop verander ik je leven’ aanpak maar oefening. En in de train-de-trainer gaan we daarnaast natuurlijk ook aan de slag met jouw te leren lessen hierin. Wil jij dat aangaan? Durf je jezelf in het diepe te gooien? Kijk dan HIER voor meer informatie voor de Moed om te Falen licentie training.