We leven een wereld met een overload aan informatie. Tv, kranten, billboards, radio, email, Facebook, Twitter, de stroom aan prikkels die bij je naar binnen gaat lijkt oneindig te zijn. En hoewel we weten dat we het aantal prikkels die bij ons binnenkomen mogen verminderen om optimaal door het leven te gaan is dit voor een aantal mensen niet voldoende. Ze werken minder uren, gaan op stilteretraite, kijken geen journaal meer. Gaan amper naar feestjes en verminderen ‘leuke’ bezigheden om zichzelf te beschermen. Hoe kan het dat het aantal prikkels verminderen niet voldoende is? Hoe is het mogelijk dat sommige mensen nog altijd ‘te vol’ zitten om gelukkig te zijn? Waarvan worden ze zo moe? Waarmee zitten ze zo vol? Sterker nog: hoe kan het dat ze telkens minder aan te lijken kunnen? 

Ik neem je in dit voorbeeld mee naar Tessa. Ik ontmoette haar via een vriendin die gezegd had dat ze eens met mij mocht gaan praten. Tessa haar verhaal was dat van velen. Een uiterst sensitief mens en zo empatisch dat ze de gevoelens van anderen in haar lijf gewaarwerd nog voordat die ander voelde dat er iets gaande was. Ze had geregeld een gevoel van overweldiging, raakte geïrriteerd als ze moe werd of hongerig. Ze had soms ineens een gevoel van angst of onrust. Gedachten die door haar hoofd heen joegen. Soms was er letterlijk ‘kortsluiting’ in haar hoofd of kon ze zich niet meer concerteren. Ze voelde zich wankel. En de spieren in haar lijf spanden zich dan aan. Ze baalde dan want de wereld was ook gewoon een mooie plek. Er was zoveel fijns te ontdekken. Maar als ze daaraan dacht besefte ze ook dat ze daar de energie niet (meer) voor had. Moe was ze. Zo moe als ze erop ging letten. Wat ze dus niet altijd deed want soms moest ze ook gewoonweg door. Het leven kon niet altijd rekening met haar houden, vertelde ze me. 

De verhalen die ze me vertelde waren herkenbaar voor me en ik vroeg haar wat ze inmiddels gedaan had om beter om te gaan met alle indrukken die het leven haar gaf. Ze vertelde dat ze volle zalen vermeed en alleen ergens heen ging als ze wist dat er een niet te grote groep mensen was. In de pauzes ging ze even in haar eentje wandelen. Als ze overprikkeld was (wat ze steeds beter herkende) gaf ze zichzelf zo snel mogelijk ruimte om tot rust te komen. Ze ging dan ‘s avonds nergens meer naartoe. Mediteerde thuis in plaats van naar haar yogaklas te gaan. Ze at al zo gezond mogelijk, met weinig toevoegingen en liet koffie en alcohol staan. Toch leek het nog altijd niet genoeg….

Ik kon heel goed meekomen in Tessa’s verhaal. En besloot nog een aantal vragen te stellen om te kijken of ik haar situatie goed inschatte. Ik vroeg haar of ze de volgende situaties herkende: Het gevoel dat je keel samenknijpt wanneer iemand anders op het podium stapt. De angst bij de tandarts die altijd groter lijkt wanneer de wachtkamer vol zit. De frustratie in de rij bij de bakker die groter wordt als er meer mensen in de ruimte zijn. Dat bleek inderdaad zo te zijn! 

Sensitieve empathische mensen krijgen via hun spiegelneuronen veel meer prikkels binnen dan de minder gevoelige mens. Hun intense beleving van de wereld kunnen ze niet ‘buitensluiten’ door het aantal prikkels te verminderen. Deze onbewuste kwaliteit zetten ze immers overal en altijd voor in wanneer ze met anderen samen zijn. Sterker nog: wanneer ze dus ook enkel dat proberen merken ze dat ze zich eerder depressief of afgesloten van de wereld voelen dan dat het als ‘fijn’ of ‘prettig’ ervaren wordt. Ik besloot haar uit te leggen hoe dit kon. 

Prikkels mag je willen optimaliseren in plaats van balanceren.

Om bij het begin te beginnen vertelde ik haar over ‘het prikkelpotje’. We zouden kunnen zeggen dat elk mens een soort ‘basin’ heeft waarin we prikkels kunnen opvatten. Dit prikkelbassin heeft bij sommige mensen een dikke klei-bodem door dingen die er vroeger gebeurd zijn en in het onderbewuste ruimte innemen en bij de ene mens is het bassin wat groter dan bij anderen. Maar dát we een bepaalde hoeveelheid prikkels kunnen opvangen is voor iedereen gelijk. Zo is ook algemeen dat als we te weinig prikkels binnenkrijgen het leven als saai ervaren wordt en wanneer we bijna ‘vol’ zitten we voelen dat het niet zo prettig meer is. Maar bij sommige mensen komen er meer prikkels binnen door de dag heen. De zintuigen lijken meer op te pikken, hetgeen binnenkomt wordt dieper verwerkt en meer over nagedacht of (zoals bij haar ook het geval was) er komen prikkels binnen die eigenlijk voor de ander is bedoelt en waar je veelal niets mee hoeft. Al deze redenen kunnen maken dat je sneller ‘vol’ zit. 

Het is echter niet alleen belangrijk om te zorgen dat er minder prikkels binnenkomen. Als mens mag je ook zeer zeker bewust zijn van en ervoor zorgen dat:

  1. je de júíste prikkels binnenkrijgt. Prikkels waar je als intens mens plezier van krijgt 
  2. je leert op welke manier jouw lijf prikkels verwerkt. Oftewel te ontdekken wat voor ‘beweger’ je bent.
  3. Initiatieven ontplooien die in het verlengde van beide liggen zodat je jouw energie helpt optimaliseren.

Wat zijn voor jou de juiste prikkels?

Veel mensen weten niet waar ze blij van worden. Juist bij sensitieve mensen die de wereld intens beleven is het belangrijk om te kijken waar ze van gaan stuiteren. Vaak zit het in het kleine. Een vlinder. De eerste slok van een Latte Macchiato waarbij je het schuim hoort knisperen in je mond. De geur van verse appeltaart. Meeleven met de hoofdfiguur in een roman. Het zonlicht dat over de tafel speelt…

Prikkelgevoeligheid of intensiteit staat ook wel bekend onder de naam ‘overexcitabilities’. Het zijn verschillende gebieden waarvan professor Dabrowski ontdekte dat sommige mensen er sterker op reageren dan anderen. Sensitieve begaafde mensen op eigenlijk alle onderdelen (lees ook deze blog). 

Er zijn vijf verschillende overexcitabilities gedefinieerd. Vijf prachtige gebieden die je kunt ontdekken om meer te genieten van het leven. Want zeg nu zelf; als je dan toch geprikkeld raakt door het leven kan het maar beter op een fijne manier zijn. Hoe zet je nu prikkelgevoeligheid in als kans? 

Emotioneel: sterk inlevingsvermogen. Geniet van drama in boeken, films, theater. Extra fijn als het ook tot een goed einde leidt. 

Intellectueel: sterke nieuwsgierigheid en leerhonger. Geniet vanwege de kritische blik en analytisch van alles waarop ‘gepuzzeld’ kan worden.

Beeldend: sterk creatief denkvermogen vol poëtisch taalgebruik en fantasie. Geniet van alles wat ‘tot leven komt’, van creatief schrijven tot ‘magische’ momenten.

Zintuiglijk: sterk zintuiglijke waarnemingen. Geniet van muziek, natuur, massage, kleding gemaakt van zachte materialen of heerlijk eten.

Psychomotorisch: sterke capaciteit om actief en energiek te zijn. Geniet fysiek gezien met name van beweging, maar professioneel gezien ook van alles waar ‘groei, ontwikkeling of verandering’ plaatsvindt. 

Zet het geluk ‘aan’!

Door de juiste prikkels op te zoeken stellen we onszelf in staat om positieve hormonen aan te maken zodat we lekkerder in ons vel zitten. Er zijn zo ongeveer 100 verschillende hormonen / neurotransmitters in ons lijf tegelijkertijd aan het werk maar de belangrijkste die gekoppeld zijn aan het geluksgevoel zijn: dopamine, serotonine en oxytocine. Daarnaast is ook endorfine belangrijk; een hormoon dat vrijkomt wanneer we sterk fysiek bewegen of hardop lachen (zelfs al is dat zonder reden!).

Serotonine: tevredenheid en dankbaarheid. Serotonine is ook bekend als 5-hydroxytryptamine (5-HT) en is een complexe neurotransmitter. Hij speelt een rol bij omgevingsgevoeligheid. Hogere gehalten serotonine zorgen voor meer zelfrespect en zelfvertrouwen. Om serotonine te boosten kun je bijvoorbeeld onderdeel worden van een groep of team, stapje voor stapje kleine uitdaging aangaan of aandacht schenken aan alles waar je dankbaar voor bent.

Dopamine: pure passie. Dopamine is onze beloningskick die we ervaren wanneer we trots zijn op onszelf, comfort-food eten, wanneer we winnen of een nieuwe klant ‘ja’ zegt. Er is onderzoek gedaan waarom dat extraverte mensen doelgerichter lijken te zijn en minder last hebben van uitstelgedrag of twijfel. Dit zou kunnen komen dat ze hogere dopamineniveau’s hebben dan introverte mensen en dus een grotere drijvende kracht ervaren om iets tot een succes te maken. Sporten, sparen, lijstjes die je kunt afvinken.. alles wat tot een beloning leidt boost je dopamine. Het helpt ook om nieuwe dingen te doen en te leren. 

Oxytocine: verbondenheid en intimiteit. Oxytocine is bekend van de activiteit tijdens de bevalling en het geven van borstvoeding. Ook komt het vrij tijdens lichamelijk contact en momenten van gedeelde intimiteit. Het wordt dan ook wel eens het knuffelhormoon genoemd. Oxytocine vergemakkelijkt sociale interacties, versterkt de sociale binding en zorgt voor een groter gevoel van vertrouwen, eigenwaarde en vrijgevigheid. 

We zagen lange tijd cortisol en adrenaline als negatieve stresshormonen. Inmiddels weten we dat dit niet zo is. Ze zijn pas ‘nadelig’ wanneer de stress te lang aanhoudt en we er geestelijk niet los van komen. Maar an sich zijn deze hormonen heerlijk en kunnen ze zelfs leiden tot het vergroten van het geluksgevoel. Geen zin in de afwas? Doe een race tegen de klok met jezelf en boost zo je adrenaline. Wedden dat je het leuker vindt? Bij kleine kinderen zie je deze werking nog sterker. Ze ‘rennen’ naar hun bed als jouw happende hand als krokodil achter hen aan zit. Zo boost adrenaline samen met fantasie je dopamine en eventueel endorfine niveau. Cortisol zorgt er op zijn beurt voor dat we bij een verhalenverteller rond het kampvuur aan zijn of haar lippen hangen. De ‘geboeidheid’ krijgt een heerlijke hormonale oppepper ervan. 

Hoe komt het lijf tot óntprikkeling.

Je kunt je voorstellen dat je middels het kietelen van je overexcitabilities op een goede manier je geluk boost. Maar hoe zit het aan de andere kant met ontspanning? Naast de juiste inname van prikkels mogen we ook ontspannen immers. Hoe doen we dat? 

Als informatie gelijkgesteld worden aan het ‘innemen van informatie’ dan is exformatie het weer naar buiten werken daarvan. Cynthia Winston Henry en Phil Porter (oprichters van Interplay.org) definieren vier verschillende primaire bewegingspatronen. Hun werk is gebaseerd op de leiderschapstijlen van Elizabeth Wetzig, die weer uitging van het werk van kinesiologen Dr Valerie Hunt en Dr. Judith Rathbone. De meeste mensen hebben niet geleerd mee te bewegen met hun favoriete lijfelijke voorkeur, zij doen wat ze anderen hebben zien doen of bewegen zelfs lijnrecht in tegen hun persoonlijke voorkeur. Het vinden van je eigen patroon is als ‘thuiskomen’ bij jezelf. 

Swing: Schommelen omhelst het bewegen van de ene naar de andere kant, door je centrum of eromheen. Je schommelt wanneer je wiegt, zwaait, draait, stuitert, op en neer springt, draait of speelt met talloze franje. De beweging kan van voor naar achter, van boven naar beneden of van links naar rechts. Bij schommelen laat je de zwaartekracht veel van het werk doen. Momenten is bekend bij je. Swingende bewegingen troosten, kalmeren, creëren relaties, helpen ons spelen en vermeerderd onze liefde voor het leven. Hou je van de energie van hoelahoepen? Een schommelstoel? Buikdansen? Trapeze? Jazz of gospelmuziek? Dan is deze beweging voor jou! 

Thrust: Stotende energie brengt energie van binnen naar buiten. Thrust omhelst prikken, wijzen, loslaten, afvuren, uitschieten, duwen en trekken. De stuwende kracht van thrust stuurt energie krachtig en doelgericht naar buiten. Het katalyseert en laat dingen gebeuren. Intensiveert, articuleert, geniet van spierballen en creëert letterlijk meer energie juist ‘door het te gebruiken’. De energie ‘doe het!’, van ‘even doorzetten’ van ‘opstarten’ en van ‘gaan met die banaan’ zien we terug in haka dans, flamengo, afrikaanse muziek, hardlopen, karate en vechtsporten. 

Shape: Vormgeven omvat het ervaren van energie in ons centrum. Vormers voelen grenzen en dimensies van dingen goed aan en maken onderscheid tussen het ene en het andere. Shape is wanneer je stil zit en een bepaalde positie vasthoudt zoals je in yin yoga sterk terugziet. Het omvat ook het jezelf in bedwang houden of dingen in de juiste volgorde plaatsen. Shapers vormen, balanceren, sorteren en gaan stap voor stap te werk. Shapers herkennen de grenzen van hun fysieke lichaam en de relatie met anderen. Ballet, zitmeditatie, feng shui en yoga zijn bekende voorbeelden van bewegingsvormen die ‘shapers’ kunnen plezieren. 

Hang: In plaats van een specifieke energierichting te voelen, is ‘hangen’ meer alsof je één bent met het energieveld. Wanneer er al een richting optreedt, gebeurt dit meer door zwaartekracht of door het toeval. Het gevoel van gewichtloosheid en vallen, van vliegen en stromen zijn bekende voorbeelden van ‘hanging’. Het minst gewaardeerd in een westerse omgeving die ordening (vorm) en productie (stoten) leert, zouden deze mensen liever in het gras liggen dromen. Hangers stromen, volgen, slingeren, hangen rond, zweven, improviseren, ‘vallen ergens als een blok voor’, bewegen mee met de zwaartekracht en genieten van fysiek contact. Manieren om op te hangen zijn te vinden in Tai Chi, snorkelen, contactimprovisatie, tribal dance, rondlummelen, dagdromen en cocoonen. 

Swing, Thrust, Shape & Hang zijn de belangrijkste kleuren van een bewegend leven. Zij zijn de coördinatie die plaatsvindt tussen spierspanningspatronen en je geest. Je gebruikt ze allemaal elke dag en door je bewust te worden van wat voor je werkt kun je enorme hoeveelheden energie vrijmaken en volledig thuiskomen in jouw unieke bewegende spelende lichaam.

Wat werkt goed in het kader van overprikkeling bij intense mensen?

Onze zintuigen zijn net als de afvalvangers die langs fietspaden staan. Ze vangen alles op wat op hen afkomt. Als we ze niet legen zitten ze al snel te vol en werken ze niet optimaal meer. En dat geldt ook voor onze interne prikkelverwerking. Al herkauwend kan er niks nieuws meer bij. 
Net als een speler bij basketbal de bal vangt en weer door gooit, mogen ook wij de levenservaringen die we opvangen er weer ‘uitgooien’. Dat kunnen we doen middels verhalen, bewegingen en activiteiten. Wanneer je de ervaring toelaat je lichaam weer te verlaten dan maak je ruimte voor nieuwe. 


Wanneer je de prikkelvorming en omgaan met hoeveelheden prikkels goed wilt laten verlopen, zeker bij sensitieve snelle denkers dan is het dus niet enkel nodig om te kijken naar ontspanning of gezond eten maar ook naar wat er allemaal nog meer mogelijk is. 

Ontdek de ontprikkelingsmanier: laat je klanten eens ontdekken hoe ze zich voelen wanneer ze schommelen, wanneer ze stotende bewegingen maken met hun arm, wanneer ze hun hand laten ‘dansen’ en ontdekken welke vormen er ontstaan of wanneer ze naar de hemel staren. 

Houdt een blij-boek bij: wanneer je prikkels kunt gaan zien als neutraal in plaats van negatief kun je gaan ontdekken van welke activiteiten en welke bewegingen je blij wordt. Je herkent – wanneer je het dagelijks opschrijft – op een gegeven moment of je dingen individueel, bij anderen of met anderen wilt doen. Je ontdekt welke overexcitabilities meer aandacht mogen gewoonweg omdat ze zo fijn zijn! 

Zet feedback in als nieuwsgierigheidstrigger: wanneer een deelnemer aan je training of een klant in coaching een glimlach op het gezicht heeft geef dit dan gelijk terug. Vaak zijn mensen niet gericht op het positieve en merken ze het niet op. Door juist hier aandacht voor te hebben, het te benoemen of erover te vragen wakker je iemands nieuwsgierigheid naar zichzelf aan. 

De gesprek wat ik had met Tessa (die overigens niet echt zo heet – alle gebruikte namen in mijn blogs zijn vanwege privacy gefingeerd-) was ten einde. Maar haar spankelende ogen spraken boekdelen. Ze keek me aan met een blik van oprecht plezier en ze zei met brede glimlach; ik weet wat ik vanavond ga doen! Op mijn vraag (met knipoog) of ze daar wel energie voor had begon ze hard te lachen. En we voelden allebei: er zijn echt wel mensen die problemen ondervinden met overprikkeling, maar de meeste mensen zijn gewoonweg te weinig spelend. Te weinig optimaal in hun lijf.