Op social media, op het schoolplein, tijdens een vergadering, op verjaardagen… Overal gebeurt het. Twee mensen zijn heerlijk met elkaar in gesprek. Glimmende woorden die de ‘kijk hoe goed ik ben’ vertegenwoordigen. Instemming die ze elkaar lijken te geven als kleine sociale uitwisseling van cadeautjes. 

Tot zover is er niets aan de hand. Beide individuen beseffen wellicht dat er onder water bij henzelf of tussen hen in wat meer aan de hand is maar benoemen niets en glimlachen fijn naar elkaar. Maar dan komt nummer drie en die duikt nietsvermoedend de discussie in. Gaat voorbij aan de gevoelens die er liggen. Roemt een ander. Geeft advies. Raadt wat aan. Bemoeid zich er zogezegd mee. Liefdevol bedoeld, dat wel. Maar misplaatst vanuit het onder-water-gevoel wat nog altijd niet uitgesproken is.

En dus komt er een reactie uit de eerdere twee die elkaar wel vonden in het onuitgesprokene. De derde persoon wordt weggewoven, afgepoeierd, de inbreng weggewoven. Vanuit een ‘wij waren al die tijd al oké en dus bedankt maar niet bedankt’ gevoel blijven de eerste twee in verbondenheid achter terwijl de derde zich afvroeg wat er mis ging in deze conversatie.

Al mijn hele leven zie ik dit gebeuren. Hoor ik het bij anderen. Lees ik het online. En kweekte ik angst voor het moment dat mij dit zelf zou overkomen. Want wat als ik die derde was? Wat als ik de situatie niet goed inschatte? Wat als ik probeerde aan te haken en daardoor van de wagen viel? Wat nu als de wereld een slangennest was, hoe zorgde ik dan dat ik nooit gebeten werd?

Ik leefde daardoor vaak een onzichtbaar leven, beschermd door luisterend aanwezig zijn. Voor anderen een bakermat omdat ik begreep wat zij ervoeren of aanvoelden. Ik had alles in de smiezen gehad. Maar ik was me altijd bewust van de mogelijke pijn. De op de loer liggende afwijzing. De openlijke momenten van falen als ik me op verkeerde wijze in de discussie zou mengen. De spanning trok mijn buik samen. Bracht me het hoofd op hol. En vele nachten lag ik me af te vragen of ik toch wat had moeten zeggen, iets anders had moeten doen. Mensen noemden me namelijk onzeker. Veel te stil. En alles wat ik niet gezegd had hoorde ik in mijn hoofd weerkaatsen en echoën zodra het stil werd om mij heen…

Niet te zichtbaar zijn leek lange tijd voor mij een veilig leven. Ik danste om de mogelijke pijn. Voorkomen van nare blikken. Hoorbare zuchten. Of mensen die -de horror- achter mijn rug om naar elkaar zouden knipogen met een ‘wij begrijpen elkaar blik’ terwijl het over mij ging…

Totdat ik inzag wat er gebeurde. Het was niet mijn verleden wat mij dwarszat maar de gedachte over wat er in de toekomst zou zijn. Een gedachte gevoed door alles wat ik ooit had gevoeld. Intuïtief had begrepen. Het ‘gedoe’ van anderen had mijn leven volledig in z’n greep. Ik denk dat ik toen al wist dat ik me mocht ontworstelen. Me bevrijden. Dat ik alles mocht opzoeken en doorleven. Want het leven glipte me door de vingers terwijl ik aan de zijlijn stond te kijken. Maar ik deed het niet. Er veranderde niks.

Tot ik op een onbewaakt moment tot me liet doordringen hoeveel mensen zulke gevoelens zouden ervaren. Hoeveel slimme sensitieve mensen een achtergrondpositie innamen. Hoeveel vredelievende wezens hun missie niet leefden. Hoeveel dromen er niet werden nagestreefd. Hoe zij gezamenlijk in staat zouden zijn om honger te verdrijven, de wereld te ontdoen van plastic afval, hoe ze zouden zorgen dat kinderen zich gezien voelen en zieken gehoord. Hoe ze de wereld een betere plek konden maken dan er ooit was geweest…

Ik vond het niet erg dat van mijn euro een dubbeltje bleef liggen. Maar met al deze mensen tezamen wat dit een giga kapitaal! Het verlies hiervan overrompelde me, smolt het ijs rond mijn hart. Ontwaakte mijn verlangen om al deze mensen wakker te schudden. Zodat ze zichzelf niet langer zouden tegenhouden het goede te doen. Niet in de ogen van een ander rondom een onbelangrijke conversatie. Maar het goede in de ogen van de wereld. Nu en in de toekomst. Ter groter goed van ons allen.

Dat moment, dat mijn tranen over mijn wangen gleden als parels van licht. Dat was het keerpunt in mijn leven. Mijn hart die openbrak. Ik wist dat ik dit mocht voorleven. Mijn verhaal mocht vertellen. Anderen kon leren moediger te zijn. Het leven te zien als speelplaats voor je talenten in plaats van een plek waar we bang voor de toekomst moeten zijn.

Want gesprekken als hierboven kan ik niet voorkomen. Sterker nog, ik wakker ze nu wellicht zelfs aan. Maar dat maakt niet uit. Want als ik zie dat alles ontstaat uit liefde zal er wederzijds begrip ontstaan. We kunnen niet winnen. Er is niets te vermijden aan pijn. Er zijn geen obstakels als je vloeiend als water durft te zijn. En wanneer we zo durven leven worden we wijs. Dan ontstaat volwassenheid!